HomeRechtsgebiedConcurrentiebeding
arbeidsrecht

Concurrentiebeding


Non-concurrentie algemeen

Een concurrentiebeding is een beding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op een zekere wijze werkzaam te zijn.
Onder deze definitie valt ook een relatiebeding.
Een dergelijk beding is uitsluitend geldig:

  1. Indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan.
  2. Als dit schriftelijk is overeengekomen.

Uitgangspunt van de wet is dat een concurrentiebeding in tijdelijke arbeidsovereenkomsten is verboden.
Er is alleen een uitzondering voor het geval waarbij het voordeel voor de werkgever wel opweegt tegen het nadeel van de werknemer.
De werkgever moet dan in de arbeidsovereenkomst gemotiveerd aangeven dat en welke zwaarwichtige bedrijfsbelangen een concurrentiebeding vereisen (artikel 7:653 lid 2 BW).
Zonder een dergelijke motivering is een concurrentiebeding in de tijdelijke arbeidsovereenkomst nietig.
Bedenk dat de Rechter deze criteria niet alleen zal toetsen naar de stand van zaken bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, maar ook naar de stand van zaken bij het einde van de arbeidsovereenkomst.
Bedenk ook dat deze beperking ook van toepassing is bij een relatiebeding.

Het wettelijke vereiste dat een concurrentiebeding schriftelijk moet zijn aangegaan, heeft ook andere consequenties:

  1. Als er sprake is van een wijziging in de arbeidsverhouding waardoor het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, dient het opnieuw te worden overeengekomen.
    Een voorzienbare verzwaring of natuurlijke doorgroei in functie wordt doorgaans niet beschouwd als “zwaarder drukken”.
  2. Als een bedrijf wordt ingebracht in een rechtspersoon, moet een concurrentiebeding wederom worden overeengekomen.
  3. Bij overplaatsing binnen een concern dient het concurrentiebeding doorgaans wederom te worden overeengekomen.
  4. Als een tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, dient het concurrentiebeding wederom te worden overeengekomen.
    Dit is alleen anders wanneer een overeenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend wordt voortgezet.
  5. Als de werkgever de activiteiten in belangrijke zin uitbreidt, zal een concurrentiebeding in beginsel ook wederom moeten worden overeengekomen.

Vernietiging concurrentiebeding

De Rechter heeft een mogelijkheid om een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te vernietigen als de werknemer door dat beding onredelijk wordt benadeeld, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever.
Een algehele vernietiging komt niet veel voor, wat wel regelmatig voorkomt, is dat de Rechter de werking van een concurrentiebeding matigt in geografische zin, in functionele zin of in tijd.
De primaire afweging die de Rechter doet, betreft enerzijds het werkgeversbelang, bestaande uit vrees voor benadeling of afbreukrisico van de onderneming en anderzijds het werknemersbelang, bestaande uit gebondenheid aan de branche en mogelijke positieverbetering.
Maar andere factoren die van belang zijn, zijn bijvoorbeeld:

  1. De vraag of aan een partij een verwijt kan worden gemaakt van beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  2. De vraag in hoeverre de werkgever in een werknemer heeft geïnvesteerd.
  3. De vraag of de werkgever bereid is het concurrentiebeding te matigen.
  4. De vraag of de werknemer zelf is opgestapt of weg moest.
  5. Of de overeenkomst voor bepaalde tijd of voor korte duur is geweest of juist erg lang heeft geduurd.

Onrechtmatig handelen

Bedenk dat een werknemer ook zonder een concurrentiebeding onrechtmatig kan handelen.
Daar kan onder meer sprake van zijn indien hij stelselmatig klanten van de oude werkgever benadert, waarbij gebruik wordt gemaakt van kennis en gegevens die de werknemer heeft verkregen van zijn ex-werkgever.

De nieuwe werkgever kan bovendien onrechtmatig handelen indien hij weet dat er sprake is van een concurrentiebeding, maar de betreffende werknemer toch in dienst neemt.
Of indien de nieuwe werkgever profiteert van het stelselmatig benaderen van klanten met bijzondere kennis van de ex-werkgever door de nieuwe werknemer.

Van onrechtmatige concurrentie is niet snel sprake, uitgangspunt is de vrije markteconomie waarin concurrentie is toegestaan (tenzij het contractueel is verboden).
Van onrechtmatige concurrentie is doorgaans alleen sprake als er bijkomende omstandigheden zijn die maken dat er iets oneerlijks gebeurt.
Bijvoorbeeld misbruik maken van kennis, het aftroggelen van klanten of personeel, het doen van voordelige aanbiedingen door gebruik van prijsinformatie van de ex-werkgever, het doen van onjuiste mededelingen etc.