HomeArbeidsrechtWAKKER WORDEN! De werkgever moet een werknemer met een slapend dienstverband verplicht ontslaan!

WAKKER WORDEN! De werkgever moet een werknemer met een slapend dienstverband verplicht ontslaan!


Eerder schreven mijn kantoorgenoten Kevin Stephan en Eline Meppelink al over de vraag of een werkgever verplicht kan worden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is. Het antwoord is nu gegeven en luidt volmondig: JA!

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van vrijdag 8 november 2019 uitsluitsel gegeven over het slapend dienstverband. De aanleiding tot dit arrest was als volgt.

Op grond van artikel 7:673 BW is de werkgever verplicht om bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een (zieke) werknemer, de transitievergoeding te betalen, nadat de werkgever al 104 weken loon had doorbetaald bij ziekte van de werknemer. Ter voorkoming van betaling van de transitievergoeding hielden werkgevers de arbeidsovereenkomsten van zieke werknemers aan tot de pensioengerechtigde leeftijd of het overlijden. Dit worden slapende dienstverbanden genoemd.

Om een einde te maken aan deze slapende dienstverbanden is de nieuwe Wet compensatie transitievergoeding ingevoerd. Op grond van het nieuwe art. 7:673e BW zal de werkgever (vanaf 1 april 2020) de betaalde transitievergoeding bij beëindiging van een slapend dienstverband onder omstandigheden (gedeeltelijke) terug krijgen van het UWV. Door invoering van deze wet kwam de vraag op of de werkgever niet verplicht is om mee te werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de zieke werknemer met betaling van de transitievergoeding. De werkgever kan deze vergoeding immers daarna terugvorderen bij het UWV. In dat licht heeft de werkgever geen redelijk belang meer om niet tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Tot op heden was echter nog geen (wettelijke) verplichting voor de werkgever om tot de beëindiging van een arbeidsovereenkomst over te gaan.

Een zieke werknemer was naar de rechter gestapt met het verzoek aan de rechter om op grond van het goed werkgeverschap (in de zin van art. 7:611 BW) de werkgever te verplichten om zijn slapend dienstverband te beëindigen met betaling van de transitievergoeding. De rechter in kwestie heeft deze vraag voorgelegd aan de Hoge Raad middels vier zogenaamde prejudiciële vragen.

De eerste drie prejudiciële vragen zagen kort gezegd op de vraag of de werkgever positief moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van het slapen dienstverband op grond van het leerstuk uit het Mammoet/Stoof-arrest.
De Hoge Raad heeft deze vragen ontkennend beantwoord, omdat hij meent dat het Stoof/Mammoet-arrest ziet op wijziging van de arbeidsovereenkomst en niet op beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De vierde prejudiciële vraag zag op de vraag of het goed werkgeverschap bepaalt dat de werkgever onder omstandigheden verplicht kan worden om op verzoek van de werknemer over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 104 weken van arbeidsongeschiktheid (het slapend dienstverband) onder toekenning van een vergoeding.

De Hoge Raad heeft deze vraag bevestigend beantwoord en heeft dat als voldaan is aan de vereisten voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (art. 7:669 lid 1 en lid 3 BW), een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, onder toekenning de wettelijke transitievergoeding. Uitsluitend indien de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst mag de werkgever het slapend dienstverband aanhouden. Bijvoorbeeld als er nog reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer.

Het arrest van de Hoge Raad zal een einde maken aan de slapende dienstverbanden. Dit betekent dat werkgevers verplicht zijn om op verzoek van de werknemer over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst als de werknemer langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is. Daarbij zal de werkgever de wettelijke transitievergoeding moeten betalen aan de werknemer. De werkgever kan deze vergoeding daarna terugvragen aan het UWV. Indien de werkgever niet in staat is om deze vergoeding voor te financieren, kan onder omstandigheden de vergoeding in delen worden betaald. Voor huidige slapende verbanden geldt dat de te betalen transitievergoeding gelijk staat aan de transitievergoeding zoals deze zou zijn geweest op het moment dat de werknemer 104 weken arbeidsongeschikt was.

Graag adviseren wij of de werkgever al dan niet verplicht is om het slapend dienstverband te beëindigen en tegen welke voorwaarden. Daarnaast adviseren wij graag of de werkgever over alle benodigde stukken en informatie beschikt om in aanmerking te komen tot compensatie van de transitievergoeding door het UWV.

Wilt u meer informatie over de transitievergoeding, het slapende dienstverband, of andere aan het arbeidsrecht gerelateerde onderwerpen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met Daan van Poorten, of één van onze andere arbeidsrechtspecialisten.

Neem direct contact op

 


Over Mr. D.A. van Poorten

Daan is gespecialiseerd in ondernemingsrecht en faillissementsrecht. Hij adviseert en procedeert op ondernemingsrechtelijk gebied, in de meeste brede zin. Daarnaast wordt Daan ... Lees meer >

Kantoor Velsen-Zuid 0255-547800
Rechtstreeks 0255-547828
E-mail d.van.poorten@tanger.nl


Ook interessant