Huurovereenkomst Winkelruimte


Winkelruimte wordt door ondernemers of ondernemingen gehuurd. Het verschil met overige (bedrijfs-)ruimte, is er met name in gelegen dat gehuurde winkelruimte toegankelijk is voor winkelend publiek en dat de ondernemer in het gehuurde zijn goederen of diensten verkoopt. Hierbij kan gedacht worden aan winkels, maar bijvoorbeeld ook aan bouwmarkten, benzinepompstations en restaurants.

Winkelruimte wordt ook wel eens aangeduid als middenstandsbedrijfsruimte of 290-bedrijfsruimte. Dit is een verwijzing naar artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek, dat het huurregime voor winkelruimte regelt.

Omdat huurders van winkelruimte voor hun omzet afhankelijk zijn van lokale goodwill, wordt hun huurrecht beter beschermd dan dat van huurders van overige bedrijfsruimte. Zo dient aan huurders van winkelruimte een eerste huurovereenkomst van minimaal vijf jaren te worden aangeboden, die na de eerste periode minimaal verlengd moet worden tot een totale periode van tien jaren. In het spraakgebruik wordt hier ook wel over de vijf- en tienjaarstermijn gesproken.

Doen partijen na afloop van het eerste huurcontract – van doorgaans vijf jaren – niets, dan wordt de huurovereenkomst van rechtswege verlengd tot totaal 10 jaren. Als de huurovereenkomst niet wordt opgezegd tegen het einde van de tienjaarstermijn, dan loopt het huurcontract voor onbepaalde tijd door.

Net als bij woonruimte, geldt hier dat de verhuurder slechts op mag zeggen op grond van wettelijke opzeggingsgronden én pas tegen het einde van de aangegane contractstermijn. Dit laatste geldt bij winkelruimte overigens ook voor de huurder.

Lees hier meer over opzegging van een huurovereenkomst van winkelruimte.

Bij startende ondernemers bestond lange tijd behoefte om een kortere eerste contractstermijn aan te gaan. De wetgever heeft daarom – net als bij woonruimte – de mogelijkheid in het leven geroepen om eerst een ‘proefperiode’ voor bepaalde tijd van maximaal twee jaren aan te gaan. Hier geldt dat de huurovereenkomst van rechtswege wordt verlengd, als het gebruik van de winkelruimte na de proefperiode wordt voortgezet.

Huurders van winkelruimte genieten ook huurprijsbescherming. Het uitgangspunt van de wet is dat de huurprijs telkens na afloop van een huurperiode – van meestal vijf jaren – wordt herzien. De nieuwe huurprijs moet worden bepaald aan de hand van de gemiddelde huurprijs van vergelijkbare winkelruimte ter plaatse.

Lees hier meer over de huurprijsbescherming en -verhoging van winkelruimte.

Bent u huurder of verhuurder van winkelruimte en heeft u vragen over het huurrecht, wilt u geadviseerd worden of heeft u rechtsbijstand nodig? Neem dan vrijblijvend contact op met één van onze gespecialiseerde advocaten.

Neem direct contact op